Blog | Data Expo

Gemeente Amsterdam: eerst waarde, dan data

Geschreven door Data Expo | 29 juni 2026

Joep Steenbeek werkte tien jaar voor NS voordat hij in september 2024 aan de slag ging in de hoofdstad. ‘Transforming Amsterdam into a more data-driven city’, staat bij zijn functie op LinkedIn. “Natuurlijk kun je beslissingen nemen op buikgevoel, maar besluitvorming wordt beter als je ze baseert op data. Dat geldt ook voor antwoorden op verschillende uitdagingen in de stad.” 

Data als grondstof
Het hoofd van het Amsterdamse Data Office studeerde in Delft. “Ik ben opgeleid als industrieel ontwerper”, vertelt Steenbeek. “Terugkijkend heb ik altijd geopereerd tussen grondstof en eindproduct. Eerder in mijn carrière was dat letterlijk zo, toen ik staal gebruikte om hijskranen van te maken, nu gebruik ik data als grondstof voor informatieproducten. De datawereld bevalt me goed. Ik heb een sterke drive en ik vind het leuk om met slimme mensen aan complexe klussen te werken, zeker in een maatschappelijk veld.”

Data.amsterdam.nl
Hoe datagedreven is de gemeente Amsterdam anno 2026? Volgens Steenbeek is de basis goed: “We hebben een sterk centraal dataplatform en we werken binnen de gemeente met meer dan elfhonderd verschillende dashboards. Alle openbare datasets zijn te vinden op data.amsterdam.nl, van luchtfoto’s tot subsidies. Elke dag wordt er zo’n vierduizend keer gebruik van gemaakt, door collega’s en burgers. Aan de hand van bomenkaarten kun je bijvoorbeeld zien hoe je bepaalde pollen kunt ontwijken op je route, of waar eikenprocessierupsen of de Japanse duizendknoop zijn gevonden. De interface wordt steeds beter, we denken erover om het zoeken aan de voorkant makkelijker te maken met AI.” Gebruikers kunnen dan een gesprek starten over de data uit de stad. “De uitdaging bij zo’n conversational oplossing zit uiteraard in de betrouwbaarheid van de uitkomsten.” 

Sneller een paspoort
Met een concreet voorbeeld vertelt Steenbeek hoe data meerwaarde heeft voor alle Amsterdammers: “Na corona werd er piek in paspoortaanvragen verwacht, omdat mensen tijdens de pandemie niet konden reizen en de geldigheidstermijn lieten verstrijken.” De gemeente had met tijdslots kunnen werken – niet ongewoon sinds die tijd – en burgers afspraken kunnen laten maken, maar ze besloot het anders te doen.  “Mensen konden gewoon langskomen om een verlenging aan te vragen, zonder afspraak. De bezetting van de loketten en telefoonlijnen werd gebaseerd op vraagvoorspellingen. Daardoor is personeel effectiever ingezet, terwijl de drempel voor burgers lager werd en hun wachttijd in het gemeentehuis korter.”

Van datagedreven naar waardegedreven
Het is een voorbeeld van de waardegedreven werkwijze die Steenbeek voorstaat. “De waarde voor de eindgebruikers staat centraal in onze datastrategie. Daarbij is de eerste vraag altijd waar we de meeste zichtbare waarde kunnen toevoegen. Vergelijk het met een bibliotheek: je kunt alle boeken keurig op alfabet of op kleur zetten, maar wat doe je als je weet dat 80 procent van die boeken nooit wordt gelezen? Wij concentreren ons op die 20 procent, op wat gebruikers echt nodig hebben. We beginnen niet bij de vraag welke data we nog missen, maar bij de vraag welke maatschappelijke of organisatorische waarde we willen realiseren. Behalve fijner voor gebruikers is dat ook economischer. Denk bijvoorbeeld aan datadefinities. Die maken we eerst voor de terreinen waarop het nu het hardst nodig is.”

Van top-down naar bottom-up
De nieuwe datastrategie van de gemeente heeft niet alleen een ander doel; ze komt ook anders tot stand. “Eerder zat de datastrategie vol met vakjargon”, vertelt Steenbeek. “Bij termen als datamanagement begonnen mensen binnen de organisatie met de oren te klapperen. Het was lastig om over de bühne te krijgen wat aan het bureau was bedacht.” En dus ging de werkwijze op de schop: de top-downaanpak maakte plaats voor een bottom-upbenadering: “Om draagvlak te creëren, besloten we binnen de organisatie informatie op te halen en alles in heldere taal te verwoorden.”

Cruciale punten en dilemma’s
Dat is best een uitdaging, met meer dan eenentwintigduizend medewerkers en vijftig organisatieonderdelen. Steenbeek en zijn collega’s voeren volop gesprekken met vertegenwoordigers van die verschillende onderdelen, productowners van de datateams en medewerkers: “We zijn nu bezig om ongeveer vijftien cruciale punten binnen de organisatie te definiëren als het gaat om data. Daarbij maken we onder andere gebruik van dilemma’s. Risicobeheersing of innovatie? Fundament of zichtbare waarde? De pijlers onder onze nieuwe strategie vloeien hieruit voort.”

Het zijn “inhoudelijk superleuke gesprekken” volgens Steenbeek. “Als centrale dataorganisatie hebben we natuurlijk bepaalde aannames, en die blijken soms gewoon niet goed. Ondertussen voeren we ook gesprekken met andere gemeenten om van elkaar te leren en synergievoordelen te ontdekken. Want alleen ga je misschien snel, samen kom je verder.

Wij vertrekken bij de behoefte van de eindgebruiker"

Bouwen vanuit het kleine
Het ontwikkelen van een datastrategie is geen lineair proces, weet Steenbeek. “Dat geldt zeker voor de manier waarop wij dit nu doen, met feedback van alle kanten. We hanteren feitelijk een agile aanpak, waarin we steeds testen en bijstellen.” Hij is overtuigd van de waardegedreven focus en de bottom-up totstandkoming van Amsterdams nieuwe datastrategie. “Dat zouden meer organisaties moeten doen, zou ik bijna zeggen. Hoe vaak zie je niet een architectuurplaat waar een verhaal omheen wordt verteld? Wij vertrekken bij de behoefte van de eindgebruiker. We bouwen vanuit het kleine en focussen op wat echt waarde oplevert. Op Data Expo vertel ik graag over de uitdagingen en successen, maar ook over de fouten die ik onderweg gemaakt heb bij de gemeente. Ik denk dat dit eerlijke verhaal voor heel veel organisaties interessant is.” 

Joep Steenbeek spreekt op woensdag 9 september om 10.15 uur over de nieuwe datastrategie van de gemeente Amsterdam.