Maarten van den Outenaar, tweevoudig keynote spreker op Data Expo (in 2023 en 2024), plaatst de opkomst van AI naast die van internet en de cloud. Rond internet ontstond een klassieke hype die knapte: de dotcombubbel. Pas toen de investeringen abrupt zakten, kwamen kosten en baten in balans. De hype van de cloud betaalde zich sneller uit, omdat de besparingen al gauw boven het niveau van de investeringen uitkwamen. Hoe het met AI verdergaat, kan de voormalige CDO van Royal Schiphol Group niet zeggen: “AI is op dit moment te duur. De opbrengsten nemen toe, maar de investeringen nog veel harder.”
Alliander, VolkerWessels, NS en Schiphol
Hoe kunnen individuele organisaties hun succeskansen met AI binnen deze context vergroten? Van den Outenaar heeft er uitgesproken ideeën over. Hij deed ze op in datafuncties bij achtereenvolgens Alliander, VolkerWessels, NS en Schiphol en hij ontvouwt ze in zijn boek. Daarin deelt hij ook volop eigen praktijkervaringen binnen die organisaties, ook wanneer het schuurde. Elk hoofdstuk sluit af met een interview met een oud-collega, sparringpartner of inspiratiebron. Zoals met Robert Carsouw, de CFO van Schiphol, die Van den Outenaar bij elk voorstel vroeg: “Hoeveel passagiers gaan er meer van vliegen?” Het is een mantra voor de dataman geworden.
Tussen FOMO en ROI
Van den Outenaar biedt in zijn boek veel theoretische achtergrond. Ook trekt hij historische parallellen. “Als student filosofie en geschiedenis wijdde ik mijn masterscriptie aan de impact van industriële revoluties op bedrijven”, vertelt hij. “In elk van die revoluties was er nieuwe disruptieve technologie.” Als voorbeeld noemt hij de introductie van de Spinning Jenny in de 18 e eeuw, waarmee veel sneller garen kon worden gesponnen. Bedrijven wilden de boot niet missen en niet achterop raken bij de concurrentie. Anderzijds wilden ze niet te vroeg veel investeren, zonder duidelijk terugverdienplan. Zo ging het volgens de auteur ook bij de andere industriële revoluties.
Die spanning tussen FOMO (fear of missing out) en ROI (return on investment) ziet Van den Outenaar anno 2026 terug bij AI, een hype die kan uitgroeien tot een revolutie: “Organisaties willen niet te véél investeren, maar ze willen ook niet te laat zijn. Met mijn boek help ik hen bij het navigeren.”
Planningsprobleem
De vraag ‘Welk probleem lossen we op?’ staat dan ook bovenaan de checklist AI- strategie die Van den Outenaar in zijn boek presenteert. Het is de ‘Hoeveel passagiers gaan er meer van vliegen?’-vraag. Schiphol wilde van 70 miljoen naar 90 miljoen passagiers per jaar, met evenveel vluchten, maar grotere vliegtuigen die speciale gates nodig hebben. “We hadden dus een planningsprobleem”, blikt Van den Outenaar terug, “iedereen snapt dat. We hebben niet gezegd dat we de planning gaan verbeteren, met een waslijst aan concrete opties, maar samen met onze planners naar het probleem gekeken: je houdt je baan, maar we zitten met dat probleem. Hoe kunnen we je helpen met data?” Het is een heel andere aanvliegroute. “Zo hoef je niet met een leger adoptieconsultants door die hele AI- curve heen.”
Mensgerichte data- en AI-transformatie
Van den Outenaar besteedt veel meer aandacht aan organisatie dan aan techniek. ‘Welke medewerker is cruciaal en hoe helpen we die?’, is punt 2 op zijn checklist. Punt 4 (van 7): ‘Welke adoptiesnelheid kan de organisatie aan?’ Het grote doel van de auteur is bijdragen aan een meer mensgerichte data- en AI-transformatie, want de mens is volgens hem al te lang een ondergeschoven kind geweest. “De medewerker is de cruciale schakel in het oplossen van de productiviteitsparadox”, stelt hij. “Gave technologie is leuk, maar er moet natuurlijk wel mee gewerkt worden. Pas als medewerkers er echt beter door gaan presteren, kan AI verbetering brengen in de doorstroom bij de security gates, de planning van treinen of de schoonmaakroosters
van wc’s.”
Betrokkenheid op de vloer is key, vervolgt Van den Outenaar. “De groep medewerkers met wie je de meeste waarde kunt behalen, is doorgaans niet intrinsiek gemotiveerd.” Daar moeten organisaties echt mee aan de slag, aldus de data- en AI- adviseur, die bij Schiphol zag hoe bidons, laptopstickers en een DataFest bijdroegen aan de adoptie. “Het is essentieel dat organisaties de stap zetten van procesoptimalisatie naar medewerkersprestatie.”
Geen woorden maar daden
Met zijn boek wil Van den Outenaar een brede doelgroep aanspreken: “Iedereen die met data werkt. Wat ik de afgelopen jaren het meest heb gehoord als een dataproject niet liep, was: ‘De ander begrijpt mij niet.’ Dat zie je aan twee kanten van organisaties: businessmensen en de data-afdeling wijzen naar elkaar. Daarom is het zo belangrijk dat je van elkaar weet dat je aan hetzelfde doel werkt.” De boektitel Geen woorden maar data – hij leerde hem van de voormalige CIO van de gemeente Amsterdam – is bewust gekozen: “Er zit een hele historie achter, bij Schiphol hebben we deze zin veel gebruikt. Het haalt de druk een beetje van het onderwerp af, het is luchtig, nuchter. Lekker no-nonsense, down to earth.”
IJs verkopen in de winter
Veel mensen op de werkvloer zijn niet de hele dag met AI bezig, weet de Rotterdammer. Het is voor datamensen goed om zich dat te realiseren. “In de aansturing moet je AI niet als een project benaderen, maar als een product.” Dat betekent: kijken waar het gat in de markt ligt, wie ermee geholpen is en hoe je AI intern aan de man of vrouw brengt: “Blijf niet in je ivoren toren zitten en ijsjes verkopen in de winter, zeg ik wel eens. Het werkt echt niet om boos te worden op de omgeving, omdat mensen het allemaal koud hebben en geen trek hebben in ijs. Het gaat om de vraag: wie heeft hier iets aan en kunnen medewerkers het gebruiken? In die zin past AI heel goed bij HR, het is een transitie. Ik zie die koppeling terugkomen bij steeds meer organisaties die willen dat AI meer oplevert dan het kost.”
Geen woorden maar data (176 pagina’s), geschreven door Maarten van den Outenaar, verscheen op 26 augustus bij uitgeverij Van Duuren Media.
Maarten van den Outenaar, voormalig Chief Data Officer van Schiphol, was in 2023 en 2024 keynote spreker op Data Expo. En schreef het boek: Geen woorden, maar data.